Je weet nooit of je veilig bent

Alledaagse dingen zijn ingewikkeld in Caracas. Zoiets simpels als tanken bijvoorbeeld, kan al een hele uitdaging zijn. Dat komt omdat je nooit zeker weet of je veilig bent. Het lijkt overdreven maar gewelddadige criminaliteit en kidnappingen zijn hier geen zeldaamheid.

Onze dochter en ik willen graag zwemmen. Ze is naar Venezuela gekomen en ik wil haar graag een leuke tijd bezorgen. Naomi zit naast me in de auto en kijkt naar de benzinemeter. Eerst maar even tanken. Ik heb er hekel aan.

Ze was liever met haar vader meegereden in de kogelvrije auto. Met mij in een kleine Terios vind ze het spannend. Haar angst maakt mij nerveus. De chaos in het verkeer en mijn beroerde richtingsgevoel maken het er niet leuker op.

Jammer genoeg staat bij Google-maps niet vermeld of de tankstations vandaag wel of geen benzine verkopen. Als de verbinding op mijn mobiel weg valt stop ik de auto om opnieuw naar een pompstation in de buurt te zoeken.

Voor de zekerheid voel ik of de deuren op slot zijn. Als ze merkt dat ik de omgeving in de gaten hou besluit ik dat we het met het beetje benzine nog wel redden. Ik wil het niet onnodig spannend maken.

De verkeersdrukte blijkt mee te vallen. De gaten in het asfalt niet en ik kan ze niet allemaal ontwijken. Ze schiet zowat van haar stoel.

"Whoeouwww! Rij je wel een beetje voorzichtig?"

Net voor onze afslag spot ik een tankstation. Eén van de vier pompen doet het. Gelukkig staat er geen al te lange rij. Haastig probeer ik de tankdop te openen. Dan begint de pompbediende in een onverstaanbaar Spaans tegen mij te ratelen. Geen idee wat hij bedoelt.

Naomi probeert te helpen en stapt uit. Ze spreekt amper Spaans. Achter ons wordt getoeterd en ik wil echt dat ze weer in de auto komt zitten met de deur op slot. 

Uit die hele woordenstroom versta ik alleen noventa-y-cinco (95). "Aha", begrijp ik: "Si Gracias, gasolina 95". Het drukke mannetje steekt nu het vulpistool in de tankopening. Daarna kletst hij gewoon verder. Dat ik hem niet kan volgen stoort hem niet. Als hij zijn mond houdt ga ik ervan uit dat hij klaar is.

Benzine is hier bijna gratis. Het kleinste biljet dat ik heb is 1000 Bolivares, dat is meer dan vijf keer zoveel als de prijs van een volle tank. Het lijkt een flinke fooi maar het is niets waard. Ik knik even als ik het in zijn hand stop en rij weg.

"Mam, stop, stop"!

Geschrokken laat ik het gas los. Het scheelde niet veel of ik was met slang en al weg gereden. Heel genant, ik durf mijn dochter amper aan te kijken. Onbewust speelt angst soms een grotere rol dan ik toegeven wil. Voordat we verder gaan laat ik haar beloven dit aan niemand te vertellen. Nooit.