Fijn thuiskomen in een land als Venezuela?

Waarom blijf je niet lekker hier, vroeg een vriendin. Maar ik woon daar. In Venezuela. Na een verblijf in Nederland en India, land ik na een lange vlucht op de luchthaven van Caracas. Zachter dan verwacht. Ik had me schrap gezet voor een ruigere landing.

Wat tref ik aan als ik thuis kom? Doet het internet het nog? En mijn bankpas? Volgens mij heb ik geen drinkwater meer in de voorraadkast. Dat soort dingen vroeg ik mij af tijdens de vlucht.

Bij het verlaten van het vliegtuig snuif ik de warme lucht op. Oh heerlijke — eeuwige lente. Het wachten op de koffers duurt lang. Bij aankomst heb ik nooit problemen gehad, toch ben ik bang dat ze onze koffers openen. Er zit voornamelijk eten in. Een gewilde buit in dit land van honger en gebrek. Zoals wel vaker blijken het zorgen om niets.  

Reizen veranderd de manier waarop je tegen dingen aankijkt

Na een hartelijke begroeting door de chauffeur en een collega kruip ik met mijn man achterin de kogelvrije auto. Ik herinner mij het onveilige gevoel tijdens mijn eerste rit naar ons appartement. Nu luister ik onderweg naar het gesprek over de laatste ontwikkelingen van de crisis in Venezuela. Mijn gedachten dwalen af naar India.

Het verkeer in Mumbai was zoveel drukker. Vijf, zes rijen toeterende auto's zonder zijspiegels naast — en door elkaar. En die snelwegen! Met voetgangers, handkarren, tegemoetkomend verkeer en allerlei viervoeters. Anderhalf jaar geleden moest ik mijn angst overwinnen om aan het verkeer in Caracas deel te nemen. Nu lijkt het rustig.

Verkeer in Dehli

Verkeer in Mumbai

We rijden langs de sloppenwijken. Niet erdoor heen, zoals in Mumbai. Door te vergelijken ga ik opnieuw kijken. In wezen is er niets veranderd in Caracas. Niets dat mij meteen opvalt. Toch ervaar ik het anders als die eerste keer.

Gemoedstoestand en tegenvallers

Dan zijn we thuis. Na lange tijd. Als een hotelgast loop ik door onze woning. Waar zit die schakelaar ook alweer? Na een korte inspectie stel ik vast dat we geen kraanwater hebben. De pomp is kapot en de koelkast lekt. De toiletten en wastafels zijn bruin (van de roest in de leidingen). Als ik de slaapkamerdeur open dwarrelen kleine vleugeltjes op van de vloer. Het gruis dat de termieten hebben achtergelaten blijft liggen.

In de voorraadkast tref ik nog een fles water aan. Snel zet ik koffie en even later zit ik onderuitgezakt op het balkon. Het uitzicht over de stad met zijn flonkerende lichtjes is adembenemend. Niet te geloven dat hier zoveel ellende is.

Het valt soms moeilijk uit te leggen waarom ik ervoor kies om in Venezuela te wonen. In Nederland is het leven gemakkelijker. Hier, in Caracas leef ik intenser en ontdek nieuwe kanten aan mezelf.

Woensdag 23 Januari wordt er landelijk gedemonstreerd. Zou ik me dan nog steeds zo voelen of ga ik me toch weer schrap zetten?